<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=479708106200774&amp;ev=PageView&amp;noscript=1">

China: groeiwonder maar een gesel voor beleggers

01 oktober 2021

China verlaat meer en meer de isolationistische stijl die het de vorige decennia zo typeerde. Onder impuls van president Xi Jinping is het land internationaal veel actiever, op heel veel fronten tegelijk.

Tot voor kort verliepen de internationale ambities vooral via investeringen in cruciale structuren zoals havens, spoorwegen, mijnen, elektriciteitsnetwerken … Een groot deel van de belangrijkste infrastructuurwerken van de laatste twintig jaar in Afrika is in Chinese handen. Het land maakte ook gebruik van de financiële moeilijkheden van de Griekse overheid om een belangrijk deel van de activiteiten van de Griekse haven Thessaloniki in handen te krijgen.

De Nieuwe Zijderoute, Belt and Road Initiative, is een netwerk van spoorlijnen, wegen en vaarroutes die China verbinden met Europa en Afrika. Het werd eerst toegejuicht in Europa, maar ligt nu meer onder vuur vanwege de vrees voor een te grote afhankelijkheid van China.

De laatste jaren treedt China op internationaal diplomatiek vlak steeds meer naar voor. Het land
schendt verschillende internationale verdragen over territoriale wateren in de Zuid-Chinese Zee. Het heeft zijn greep op het ‘autonome’ Hong Kong versterkt en is ook steeds assertiever ten aanzien van de ‘opstandige’ provincie Taiwan.

Tussendoor was het regime niet te beroerd om met de vorige president van de VS, Donald Trump, een partijtje te armworstelen over de handel tussen beide landen. Een handelsoorlog was het gevolg.

Fenomenale groei

China kende een fenomenale groei sinds de economische hervormingen van Deng Xiaoping in 1978. De voornaamste verdienste van de omvorming van een zuivere planeconomie naar een meer marktgedreven economie is de stijging van de welvaart die op nog geen twintig jaar tijd nagenoeg alle extreme armoede uitroeide. Volgens gegevens van de Wereldbank ligt het gemiddelde jaarlijkse inkomen per hoofd in dollar in 2020 op $ 10.500, waarmee het land tot rond een 80ste plaats in de wereld opgeklommen is. Enige minpunt is de inkomensongelijkheid die sterk is toegenomen en nu veel groter is dan wat we in de West-Europese landen gewoon zijn.

Met een boutade kunnen we stellen dat China alles wat we in het Westen in twee generaties deden, nu in een generatie klaarspeelt: rijk worden, een schuldenberg opbouwen en verouderen.

De snelle veroudering is een gevolg van de tweekindpolitiek van de jaren 1970 en de eenkindpolitiek die van 1979 toto 2015 in voege was. Daardoor daalde de nataliteit er nog sterker dan in de rest van de wereld. De bevolking veroudert er nog sneller dan in het Westen. De geboortebeperking ging op de schop maar de jonge Chinezen die in kleine gezinnen opgroeiden, staan niet te springen om veel kinderen op de wereld te zetten omdat een kind opvoeden relatief gezien heel duur is.

Uitwassen van de groei

Ondanks zijn communistische systeem is er weinig sociale bescherming voor een modale werkkracht. Daarom is de spaarquote zeer hoog. Een gemiddelde arbeider spaart ongeveer de helft van zijn inkomen. De overvloed aan spaargeld zoekt aantrekkelijke rendementen. De immer groeiende industrie, verwerkende nijverheid en bouw zoeken voortdurend investeerders en ontleners: een machtige combinatie. De rente ging ook in China de laatste tien jaar naar beneden, waardoor sparen via banken aan aantrekkingskracht verloor.

Allerhande alternatieve ‘spaarproducten’ ontstonden in een parallel circuit naast het officiële bankensysteem. Veel van die zogenaamde Wealth Management Products (WMP’s) zijn een vorm van kortlopende financiering. De uitgevers spiegelen hoge rentes voor, zonder al te veel uit te wijden over de risico’s. Ze zijn populair bij de gemiddelde Chinees vanwege de hogere opbrengst dan een traditioneel spaarproduct. De risico’s zijn groot want meestal dienen die producten om langlopende projecten te financieren. Het is dan ook van enorm belang dat de uitgevers van de WMP’s in staat zijn om tijdig nieuwe investeerders te vinden om de vorige terug te betalen. Wanneer er wantrouwen in het systeem kruipt, is een liquiditeitstekort zeer dichtbij. De WMP’s hebben natuurlijk bijgedragen tot de snelle groei van China, omdat projecten die in het normale bankensysteem geen krediet kunnen krijgen, dankzij de WMP’s wel konden doorgaan. Gevolg is wel dat er heel wat schulden in het systeem zitten, waar mogelijk zelfs de Chinese overheid niet precies zicht op heeft.

President Xi zag de toenemende inkomensongelijkheid met lede ogen aan. Die ondermijnt de sociale cohesie en rust die nodig zijn voor de machtsbasis van de Communistische Partij, die ondertussen de respectabele leeftijd van 100 jaar heeft. Daarom begon hij een kruistocht tegen extreme rijkdom en de technologische monopolies die daaraan de grondslag liggen.

Daarnaast zijn er ook andere maatregelen die op de gelijkheid moeten inspelen. De reeds hoger vermelde hoge kosten voor de opvoeding van een kind worden mee beïnvloed door de druk op ouders om een succesvol kind te hebben op school. Ouders zijn bereid om zeer diep in de buidel te tasten om hun kind via bijlessen naar een hoger niveau te tillen. Zo werden bijlessen alleen iets voor wie het zich kan permitteren én weerhoudt het minder vermogende burgers ervan om kinderen te hebben. Daarom besliste de Chinese overheid de afgelopen zomer om bijlessen voor kinderen te verbieden. Een hele horde leerkrachten verloor een belangrijk deel van zijn inkomen. De apps die daarop inspeelden, waren van de ene dag op de andere waardeloos. De overheid verkiest de economische kosten daarvan om een hoger, breder sociaal doel te bereiken. Ook de gamingindustrie werd eerder aan banden gelegd. Zo is de toegang tot gamen voor jonge kinderen beperkt tot enkele uren per week.

Jack Ma, de topman van Alibaba, het bedrijf dat naast online retailer ook een fintechbedrijf is, mocht ondervinden dat overvloedige rijkdom je niet onaantastbaar maakt in China. Het monopolie van Alibaba, dat van ‘zijn’ handelaars op het platform exclusiviteit eiste, is afgevoerd. De Ant Group, de fintechpoot van Alibaba, die einde 2020 met veel tromgeroffel op een eigen beursnotering mikte, wilde de, dixit de topman, saaie bankwereld in China de poten onder de stoel vandaan zagen door moderne bankdiensten aan te bieden die helemaal aan de controle van Beijing zouden ontsnappen. Dat kon president Xi niet laten gebeuren.

Ma verdween enkele weken uit het publieke leven om eigenlijk nooit meer terug te keren. De overheid in China verwacht van bedrijven dat ze hun maatschappelijke taak opnemen die erop gericht is om de levensstandaard van de gemiddelde Chinees te verbeteren in plaats van die van een paar gelukkigen. De beursgang van Ant Group is geschrapt en de dagen van exceptionele winstgevendheid voor Alibaba ook. Ook andere technologiegroepen zoals Tencent, restaurantapp Meituan en taxiapp Didi kregen de duimschroeven aangedraaid.

Vastgoed

Ook de ontwikkelingen in de vastgoedsector sprongen in het oog. Vermits het spaaroverschot niet vrij kan bewegen naar het buitenland om betere investeringen op te zoeken, moet het binnenlands op zoek naar geschikte doelen. De vastgoedsector is dan een logische keuze. Nieuwbouwappartementen worden massaal opgekocht door rijke Chinezen, die ze dikwijls leeg laten staan om te speculeren op hogere prijzen. De speculatie tegengaan was altijd een moeilijke evenwichtsoefening voor de overheid. Want om de massale verhuis van Chinezen van het platteland naar de stad te kunnen opvangen, zijn vanzelfsprekend massale investeringen nodig in huizen en vooral appartementen om al de nieuwkomers te huisvesten.

De bouwsector is dan ook goed voor een kleine 30% van de economie. Het is een belangrijke maatschappelijke doelstelling van Beijing om wonen betaalbaar te maken. Daarenboven signaleerde president Xi een vijftal jaar geleden al aan de sectorspelers dat huizen en appartementen dienen om in te wonen, niet om mee te speculeren. Ook de enorme schuldopbouw in de sector is, vanwege de potentiële gevaren voor het volledige financiële systeem, een probleem dat de overheid grondig wil aanpakken.

Het is in die tijden van ongebreidelde groei dat Hui Ka Yan, oprichter en topman van de vastgoedgroep Evergrande, zijn groep uitbouwde. Het bedrijf werd 25 jaar geleden opgericht en groeide naar omzet uit tot de tweede grootste vastgoedontwikkelaar van China. De aanvankelijk goede relaties met de Chinese overheid zorgden ervoor dat de grote nood aan goedkope leningen voor de realisatie van de projecten vlot geledigd werd.

De megalomane fase begon in 2010 met de aankoop van een voetbalploeg. Later volgden o.a. media-activiteiten, investeringen in de voeding- en drankensector, een verzekeringsmaatschappij en een producent van elektrische auto’s.

De vastgoedactiviteiten zitten verspreid over ongeveer 200 steden en werden in de loop van de tijd prestigieuzer. Wie bij Evergrande vastgoed wilde kopen, moest de koopsom vooraf reeds ophoesten. Gaandeweg dienden de voorschotten van de nieuwkomers om de gaten in vroegere projecten dicht te rijden. Langetermijnprojecten met kortetermijnfinanciering ondersteunen loopt zelden goed af. Vraag dat maar aan de vroegere leiding van Dexia. Een kleine breuk in het vertrouwen legt meteen de instroom van gelden stil. Betalingsmoeilijkheden volgen dan snel.

Evergrande sleept naar schatting 2 biljoen Chinese yuan (ongeveer 250 miljard euro) aan schulden mee, verspreid over beleggingsfondsen, banken, verzekeraars en ook kleine beleggers die zich engageerden in WMP’s die een opbrengst tot 25% voorspiegelden.

Dat Evergrande in zijn huidige vorm zal verdwijnen, is duidelijk. Hoe de overheid de zaak zal oplossen, is op het moment van het schrijven minder duidelijk. Dat het de eigenaars financieel zal laten bloeden, staat buiten kijf. Dat er nog een juridisch staartje komt ook. Hoe ze het er voor de rest van de evenwichtsoefening van afbrengt is minder duidelijk. Evergrande zit naar schatting op een voorraad van meer dan 1 miljoen onafgewerkte wooneenheden. Veel gezinnen hebben die aankoop meestal vooraf volledig gefinancierd. Een potentieel systeemrisico is niet uit te sluiten. Banken en verzekeraars die zware afboekingen moeten doen, onbetaalde facturen van aannemers die als gevolg daarvan failliet gaan, berooide burgers die dakloos achterblijven. Niets doen lijkt, in tegenstelling tot de sector van de bijlessen, die in een beweging weggevaagd werd, geen optie. Een te bruusk faillissement kan banken aan het wankelen brengen én voor sociale onrust zorgen. Toch aanvaardt de regering ook hier enige economische pijn om een duidelijke lijn in het zand te trekken.

Voor de financiële markten is het allemaal niet zo verrassend. De dollarleningen die de groep uitgaf de laatste jaren, hadden jaarlijkse coupons tot 10% en noteerden de hele tijd beneden pari. In een omgeving van extreem lage rente is het duidelijk dat de sector onraad rook. Reeds in 2017 waren er moeilijkheden en ook eerder lieten analisten en fondsbeheerders zich negatief uit over de financiële situatie van de groep.

Beleggen in groeilanden

Beleggen in groeilanden heeft al tientallen jaren een bijzondere aantrekkingskracht op westerse beleggers. Toch is het niet altijd rozengeur en maneschijn. De lokale economie mag dan al flink groeien, die groei is niet altijd evenredig vertegenwoordigd in de lokale aandelenindexen die soms zware posities in vastgoedaandelen en banken met zich meesleuren.

Politieke risico’s bemoeilijken de oefening voor beleggers. Tot slot kunnen andere boekhoudnormen
ook tot verrassingen leiden.

De returns in de groeilanden waren in het verleden regelmatig ontgoochelend. Vooral ook omdat de koersen ook nog eens veel volatieler waren.

Beleggen in groeilanden is als een boeket rozen: het ziet er prachtig uit maar je moet er doornen bijnemen.

Blijf op de hoogte!

Nog geen reacties

Laat ons weten wat jij denkt.