Amerikaanse beurzen nemen het voortouw

Er sneuvelden alweer nieuwe beursrecords in de voorbije maand. Zo koerste de S&P 500-index met maar liefst 5,73% hoger, waardoor de Amerikaanse sterindex bovendien de psychologische grens van 6000 punten voor het eerst in haar bestaansgeschiedenis wist te overschrijden. Met een bescheiden stijging van 0,96% bleef de Europese Stoxx 600-index opnieuw ver achter.

Het significante verschil in de beursprestaties werd voornamelijk gedreven door de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de verwachte implicaties ervan op de wereldeconomie. Het Amerikaanse electoraat zette immers een onmiskenbare stap naar rechts, een zogenaamde ‘Rode Golf’. Niet alleen won Donald Trump op overtuigende wijze het presidentschap, de Republikeinse Partij wist zich ook te verzekeren van een meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat.

De financiële markten hebben een afkeer van onzekerheid, en stelden zich bijgevolg tevreden met het duidelijke verkiezingsresultaat. Daarnaast verrekenden ze alvast een vierjarige legislatuur van o.a. deregulering, belastingverlagingen, immigratiemaatregelen, overheidstekorten en handelsoorlogen. Het beleidsprogramma van ‘The Donald’ lijkt hoe dan ook weinig inflatieremmend, integendeel. Iets wat, naast aan de obligatiemarkten, ongetwijfeld ook niet ontsnapt is aan Jerome Powell, voorzitter van de Federal Reserve (FED).

Na de forse rentedaling van 50 basispunten die Powell en de zijnen er in september doorduwden, namen ze in november genoegen met een daling van slechts 25 basispunten tot een niveau van 4,50 - 4,75%. Ondanks het feit dat de FEDvoorzitter stelde dat het monetaire beleid niet zou berusten op speculatie aangaande toekomstige overheidsinitiatieven, hamerde hij er op een conferentie in Dallas wel op dat er geen haast is om de rente snel te verlagen.

In tegenstelling tot de perceptie van de Amerikaanse kiezer, blijft de economie in de VS immers erg solide, wat opnieuw bevestigd werd door het aanhoudend lage werkloosheidscijfer van 4,1% enerzijds, en de verder gestegen samengestelde inkoopmanagersindex (PMI) van 55,3 anderzijds.

De Europese economie kwam zo nog meer in de schaduw van de Amerikaanse te staan. De PMI voor de Europese dienstensector daalde in november namelijk voor de eerste keer in tien maanden onder 50, terwijl die voor de Europese maakindustrie daalde tot 45,2. Beide cijfers signaleren een duidelijke contractie van de Europese economie. Daarnaast verlaagde de Europese Commissie de groeivooruitzichten voor 2025 naar 1,3%.

Met het vooruitzicht op verhoogde handelstarieven in de VS zal de Europese Centrale Bank (ECB) haar monetaire versoepelingen dus naar alle waarschijnlijkheid rustig verderzetten. Het verschil tussen de Europese en Amerikaanse langetermijnrente liep alvast verder op en vertaalde zich in een verdere versterking van de dollar. Pariteit met de euro komt alweer dichterbij.

Uiteraard blijft het afwachten wat er de komende jaren daadwerkelijk gerealiseerd zal worden door Trump & co, en vooral ook: wat niet. Het is een gekende strategie van de president-elect om stevig te destabiliseren, in de hoop een sterkere onderhandelingspositie te bekomen vanuit zijn zelf gezaaide chaos. Iets wat op de financiële markten tot verhoogde volatiliteit kan leiden. Bovendien is dergelijke strategie niet zonder gevaar in een reeds erg onstabiel geopolitiek kader. Het is daarom ook niet aangewezen om al je beleggingsbeslissingen zomaar te baseren op Trump-retoriek, al mogen we die natuurlijk ook niet geheel negeren. Het worden ongetwijfeld weer bewogen beursjaren!

Artikels zoals deze rechtstreeks in jouw mailbox ontvangen via de maandelijkse Next Gen nieuwsbrief? Schrijf je hieronder in: